Jan Baptist
                                                                                                                   Uitgever en vertaler Deens
       Start  Uitgeverij  Vertalingen  Contact

                             



  

                            Gurreliederen

Valdemar

De blauwige deemstering dempt nu
geluiden van zee en land.
De jagende wolken gaan liggen
te rusten aan de hemelrand.
Geruisloos is geworden
de koele woning van het woud.
De heldere golven hebben zich
in een diepe slaap gewiegd.
In 't westen ontdoet de zon zich
van zijn stralende purperdracht,
dan trekt hij over zich de golven
en droomt van de prachtige dag.
Geen enkel blad beweegt meer
en rpikkelt nog mijn zin,
geen enkele toon weerklinkt meer
en wiegt mijn geest ten dans.
Nee, alles is verzonken
in zijn eigen droomrivier
en werpt mij stil en zachtjes
terug naar nu en hier.

Tove

Als de manestralen zachtjes spelen,
als alles rondom stilletjes zwijgt,
vormt water geen bedreigende golven,
zijn bomen geen donker en stil bos,
verbergen wolken de hemel niet,
zijn dal en heuvel geen aardse golven,
is vorm geen vorm en kleur geen kleur.
Alles is wat God zich droomt.

Valdemar

Paardje, sta je daar te dromen!
Nee, ik zie de weg stromen,
snel verdwijnen onder je hoeven.
Sneller nog moet je gaan lopen,
je bent nog midden in het bos,
hoewel ik je allang verwacht had
bij Gurre slot.
Het bos houdt op en daar is Toves mooie stee.
De bomen achter ons verdichten tot een muur.
En nog sneller ga je lopen.
Zie je de wolken schaduwen trekken
over veld en akker heen?
Voor die Gurre kunnen bereiken
moeten we bij Tove zijn.
Voor 't geluid dat er nu klinkt
voor alle eeuwigheid verdwijnt
moet jouw rappe hoefslag dreunen
op de brug van Gurreborg.
Voor het blad dat dwarrelend
het water van de beek aanraakt
moet jouw gehinnik galmen
luid in Gurres hof.
Schaduw kom, geluid versterf,
duik maar blad in 't water
Valdemar is bij Tove.

Tove

Sterren jubelen, de zee geeft licht,
drukt zijn bonkend hart tegen de kust.
Gebladerte neuriet, de dauw danst,
de wind werpt zich dapper aan mijn borst.
De weerhaan zingt, de torens knikken,
de knechten kijken met vlammende blikken.
De meiden dempen met hun handen vergeefs
hun boezem, die vreemd en onrustig beweegt.
De rozen staren met hand boven ogen,
de fakkels helpen het weinige licht.
Nu opent zich het bos,
de honden blaffen er op los.
De weg, als van rollende golven,
wiegt de drieste ruiten naar zijn doel
en de eerstvolgende golf
spoelt hem aan in mijn armen.

 

Terug

 

 

                                

                          

 

U kunt een e-mailbericht met vragen of opmerkingen over deze website verzenden aan baptist@janbaptist.nl.
Copyright © 2010 Jan Baptist
Laatst bijgewerkt: 18 mei 2013